| |
| |
|
| |
|
|
|
et Fries-Hollands ras kent zijn oorsprong in Nederland. Het is een zogenaamd dubbeldoel ras. Dat betekent dat het geschikt is voor zowel melk- als vleesproductie. Nederlandse melkveehouders hebben echter voornamelijk Holstein Friesian koeien, een ras dat is voortgekomen uit het Fries-Hollands ras.
In de 19e eeuw waren Nederlandse koeien erg populair in het buitenland, omdat zij een hoge melkproductie hadden.
In de Verenigde Staten werd er met de Nederlandse koeien verder gefokt en kregen ze de naam Holstein-Friesian. Ze vormen namelijk een kruising van twee verschillende koeienrassen, Holstein koeien uit Duitsland en Friesian koeien uit Friesland.
De afstammelingen van de Nederlandse koe keerden in de tweede helft van de twintigste eeuw terug naar Nederland, omdat ze inmiddels een hogere melkproductie hadden dan de Nederlandse rassen zoals het Fries-Hollands ras. De zwartbonte Holstein-Friesian is sindsdien het belangrijkste koeienras in Nederland.
Het Holstein-Friesian ras maakt ongeveer 75% van de Nederlandse rundveestapel uit. De koeien worden in vrijwel geheel Europa gefokt en zijn vooral geliefd vanwege hun hoge melkproductie en hun vermogen om in moeilijke omgevingen zoals warme landen, toch goed te blijken produceren.
Koeien van het HF-ras zijn vooral voor de melk slank en mager gebouwd. Ook heeft de koe vrijwel geen bespiering. De grote koeien zijn zwart en wit gekleurd, waarbij wit overheerst. Het streefgemiddelde wat betreft de melkproductie ligt op 7000 kg per jaar.
|
|
|